Foto: Albert de Wilde Vrouwtje Nomada alboguttata, Goudplaat, Noord-beveland, 24 april 2010.

Dit Nomada alboguttata-vrouwtje heeft geen rode vlek net boven de bovenrand van de clypeus, onder de antenne-inplanten, maar de frons is daar zwart. Dit vrouwtje is met 8,1 mm lengte ook wat kleiner dan de grootste exemplaren (tot 10 mm) en de lichte vlekken op het abdomen zijn minder witachtig, maar meer geelachtig.

Sommige onderzoekers (Bleidorn c.s.) denken dat er verschillende vormen van deze koekoek parsiteren bij verschillende waardbijen. De soort die parasiteert op Andrena barbilabris zou gemiddeld groter zijn en bijna steeds een rode vlek direct boven de clypeus hebben. De soort die parasiteert op Andrena ventralis is wat kleiner en heeft boven de clypeus bijna nooit een rode vlek, maar is daar zwart, zoals die van deze foto. De Nomada-koekoek bij A. ventralis heeft een significant langere ogenafstand t.o.v de soort die parasiteert op A. barbilabris. Opvallend is ook dat bij de ventralis-variant zowel bij mannetjes als vrouwtjes N. alboguttata het 2e en 3e antennesegment significant langer zijn dan die van de barbilabris-variant. Bij de ventralis-variant hebben de lichte vlekken op het abdomen een relatief kleinere oppervlakte. Sommige variaties op deze koekoek betreffen slechts kleuren, maar andere zijn morfologische kenmerken en die zijn zeer opmerkelijk. Men heeft echter met DNA-onderzoek van de barbilabris- en ventralis-Nomada's geen duidelijke vaste verschillen kunnen vaststellen. De wl gevonden kleur- en vormverschillen zijn mogelijk dus alleen toe te schrijven aan de verschillen van de waardbijen: die hebben niet dezelfde afmetingen, hebben niet hetzelfde foerageergedrag en nestelen in verschillende grondsoorten.
In juni vliegt er een derde soort, maar daarvan is de waardbij nog niet bekend. In de loop van de zomer parasiteert er een vierde alboguttata-vorm op Andrena argentata en men noemt die Nomada baccata, doch het is twijfelachtig of dit een echte soort is. Ze zijn wel kleiner (6-7 mm) dan de voorjaarssoorten, maar ook de waardbij is kleiner. De kans is groot dat dit slechts een vierde ondersoort van N. alboguttata is. Men onderscheidt in totaal dus 4 ondersoorten. Nu tussen de eerste 2 soorten genetisch geen verschillen konden worden vastgesteld, is het interessant om te onderzoeken of de laatste 2 genetisch ook volkomen daaraan verwant zijn of niet. Vermoedelijk zal dit nader onderzocht gaan worden.

Kijk op dit document voor nadere onderzoeksinformatie van de barbilabris- en ventralisvarianten van Nomada alboguttata door Duitse onderzoekers.


Copyright Albert de Wilde - All rights reserved!