Jonge koningin, die na het doppen breken was afgestoken en voor de kast lag. Goed is te zien dat vrouwtjes (koningin en werksters) een achterlijf hebben met 6 segmenten (mannetjes 7).

De vleugelbeadering van een koningin wijkt nauwelijks af van die van werksters. Honingbijen hebben een opvallend langgerekte marginale cel (aan het eind van de voorrand van de voorvleugel). Ook de 3 submarginale cellen zijn hier goed zichtbaar.

Dit is een schaars behaard exemplaar en van de thorax (borststuk) is het centrale gedeelte (mesonotum) goed te zien. Ook zichtbaar is dat er een overlangs groefje in loopt. Het maanvormige schildje na het mesonotum is het scutellum.

Bij de aanhechting van de vleugels aan de thorax zit een soort bultje. Men noemt dat de vleugelschubben (tegula; tegulae).


Copyright Albert de Wilde - All rights reserved!