Mij bereiken regelmatig vragen naar de soort wespen die men gefotografeerd heeft. Het gaat dikwijls om de gewone wesp (Vespula vulgaris) of de Duitse wesp (Vespula germanica), die beide in Nederland zeer algemeen voorkomen, ook naast elkaar in dezelfde gebieden. Ze worden samen ook wel limonadewespen genoemd.
Ik zal achtereenvolgens de verschillen bespreken van deze 2 soorten vanaf de voorkant kop (frontaal); de bovenkant (dorsaal) en de zijkant (lateraal) van het insect.
Meestal heeft men slechts één of enkele foto's die niet alle essentiële kenmerken tonen en dan wordt het moeilijk. Sommige kenmerken zijn minder sterk dan andere. De meest betrouwbare zijn voor vrouwtjes de tekening op de voorkant kop en op het achterlijf; voor zowel mannetjes als vrouwtjes is de vorm van de 3e kaaktand ook een goed kenmerk.
Voor het onderscheid man-vrouw: mannetjes hebben langere antennen (langer dan de lengte van de voorpoten en gemiddeld 1,7 x langer dan die van werksters) en hebben 13 antenesegmenten; vrouwtjes (koninginnen en werksters) 12. Mannetjes hebben 7 achterlijfsegmenten; vrouwtjes 6. Mannetjes zijn er pas in de loop van de zomer (na juli).
De voorkant kop
1. De voorkant kop gewone wesp vertoont op het kopschild (clypeus) een soort anker- of pijlvorm. Bij sommige heeft deze vorm wat extra uitsteeksels, bij andere niet. Bij mannetjes is het soms moeilijk om de ankervorm te herkennen.
Bij de Duitse wesp zijn op de clypeus dikwijls 3 losse vlekken te zien: 1 in het midden en 2 eronder naast elkaar. Soms is er toch nog verwarring mogelijk, want de eerste (hoogste) vlek is soms gesteeld (dikwijls bij werksters) en zit dan vast aan de zwarte band tussen de antennen. Hier is een soortgelijke gesteelde tekening te zien bij een koningin Duitse wesp. Soms is er maar 1 vlek (de middelste) aanwezig.
Bij mannetjes is er bij zowel gewone als Duitse wespen dikwijls een rommellige vlekkentekening op de clypeus, waaraan geen zeker kenmerk kan worden ontleend.
2. De kaken zijn bij deze soorten iets verschillend. Bij de Duitse wesp is de 3e kaaktand (vanaf de onderkant geteld) wat puntiger door een aan het eind naar binnen gebogen (concave) kaaklijn. Bij de gewone wesp is deze tand veel hoekiger, omdat het lange deel van de kaaktand bijna recht is of slechts licht gebogen over de gehele lengte van de tand.
3. De zwarte band tussen en naast de antennen loopt bij de gewone wesp iets verder door langs de ogen dan bij de Duitse wesp, maar het is niet steeds gemakkelijk te zien en dus geen sterk kenmerk.
De bovenkant van de wesp
1. Op de voorzijde van de thorax loopt een lichte streep, die halverwege stopt. Bij de gewone wesp eindigt dat streepje iets puntig; bij de Duitse wesp wat breder en stomp. Het is geen sterk kenmerk, want het is niet altijd even duidelijk zoals bij deze.
2. Zowel gewone als Duitse wespen hebben op het schildje (scutellum, direct achter het middendeel van de thorax) 2 gele vlekken. Ook het achterschildje (postscutellum of metanotum) dat daarna volgt heeft 2 gele vlekken. Sommige gewone wespen hebben op het daarna volgende laatste thoraxdeel, het propodeum, ook nog 2 gele vlekken, zoals deze laat zien.
Andere hebben het niet. Bij de Duitse wesp zag ik dit uiterst zelden, maar als het voorkomt kunnen de propodeumvlekken vrij groot zijn, zoals bij dit exemplaar: zicht op bovenkant; zicht op zijkant. Ook bij andere wespensoorten zie je deze vlekken variëren en de propodeumvlekken zijn dus geen determinatiekenmerk.
3. Het achterlijf van de gewone wesp vertoont meestal op de bovenkant van het eerste segment (tergiet) een brede pijl, die bij werksters dikwijls gesteeld is. De pijlvorm (smal, breed of gesteeld) is echter variabel, zowel bij vrouwtjes als mannetjes. Bij werksters van de gewone wesp kan de pijlvorm bedrieglijk smal zijn, zoals bij dit exemplaar. Ook bij mannetjes gewone wesp kan deze pijlvorm wat minder breed zijn en veel gelijkenis vertonen met die van een Duitse wesp. Andere mannetjes gewone wesp laten op de 1e tergiet een brede ongesteelde pijlvorm zien. De pijlvorm op de 1e tergiet kan dus verwarring geven. Slechts als deze pijl breed is zal het zeker een gewone wesp zijn, want de Duise wesp heeft daar altijd een smalle pijlvorm.
Bij de Duitse wesp is op de 1e tergiet een pijlvorm te zien, die veel smaller is dan de meestal brede vorm van de gewone wesp. Ga echter nooit alleen af op de vorm van de pijl als deze smal is. Bij een brede pijl zal het steeds een gewone wesp zijn, maar smalle pijlen kunnen verraderlijk zijn, zie deze foto.
Zowel bij de gewone als de Duitse kunnen de bolletjes aan de zijkanten van de zwarte banden los zijn of gesteeld. Hierop is nog wel meer variatie mogelijk en het is dus geen determinatiekenmerk.
Ook de overige tergieten kunnen bij mannetjes van de gewone en Duitse wesp ongeveer dezelfde tekening hebben en dat maakt het niet eenvoudiger. De vorm van de 3e kaaktand en zeker die van het genitaal brengen dan uitkomst, zie hierna.
De zijkant van de wesp
1. De kop van beide wespensoorten laat achter het oog (slaap) een gele streep zien. Bij de Duitse wesp loopt die streep zonder veel haperingen door van de bovenkant oog tot de kaken. Bij de gewone wesp zie je aan de buitenkant, ongeveer in het midden meestal een inham, dikwijls een gehele onderbreking van het geel. Toch is dit meestal ook geen vast kenmerk, omdat het wat variabel is, zeker als het mannetjes betreft. Bij aanwezigheid van die onderbreking van het geel zal het zo goed als zeker een Gewone wesp zijn.
2. Op de zijkant van de thorax heeft de Duitse wesp tussen de vleugelschubben (tegulae) en het begin van de thorax een gele langwerpige vlek die aan de onderkant puntig uitloopt (een soort vlakke driehoek dus). Vooral is dat bij koninginnen goed te zien; bij werksters minder duidelijk, maar wel meestal met een verdikking of een uitgezakt puntje of blokje; bij mannetjes soms wel, soms niet zichtbaar. Het is een deel van het pronotum (halsschild, 1e thoraxdeel) dat bij deze wespen doorloopt tot aan de tegulae.
Bij de vrouwtjes gewone wesp is die langwerpige vlek gewoon een gele streep, dus zonder een punt aan de onderzijde. Helaas is er echter ook wel eens een uitzondering, wat het moeilijker maakt deze regel toe te passen. Bij deze werkster gewone wesp is er bij de pronotumstreep een extra 'versiering' die zeer opvallend is, maar het extra geel lijkt hier minder een vast onderdeel van de pronotumstreep. Het komt uitermate weinig voor, maar opletten dus.
Bij veel mannetjes Duitse wesp is deze tekening van het pronotum nauwelijks anders dan bij mannetjes gewone wesp en bij mannetjes biedt dat dus geen houvast, behalve als de genoemde tekening zichtbaar is, want dan zal het zo goed als zeker een Duitse wesp zijn.
3. Beide soorten hebben een zogenaamde korte wang. Dat wil zeggen dat het deel tussen het oog en de kaak zeer kort is. Voor bepaalde wespen is dit een belangrijk determinatiekenmerk, vooral voor de soorten met een lange wang, zoals bijvoorbeeld de Middelste wesp (Dolichovespula media) of de Saksische wesp (Dolichovespula saxonica). Die laatste wesp kan er overigens bedrieglijk uitzien en op het eerste gezicht van de koptekening erg lijken op een gewone wesp. Ook het achterlijf is niet erg verschillend, want ook de gewone wesp kan een ongesteelde pijlvorm hebben op tergiet 1. Bovendien is de gele buitenrand van het oog bij deze soort ook onderbroken. Het enige om goed op te letten is de lange wang. Die heeft een gewone wesp nooit.
Genitaal onderzoek
Als diverse kenmerken bij mannetjes niet tot een zeker resultaat leiden zit er niets anders op om voor zekerheid met een microscoop of loep (20 x) het genitaal te onderzoeken. Bij een mannetje V. vulgaris zitten er 2 naar achteren gerichte tandjes op; bij V. germanica geen puntige tandjes, maar een soort halfronde zijlobjes en de zijrand van het genitaal is bij de basis iets omgeslagen, zoals op deze schematische tekening te zien is. Ter verduidelijking geef ik ook nog foto's van de aedeagus (penis) van een mannetje gewone wesp en Duitse wesp. Bij deze foto's kan tevens de bijbehorende voorkant kop en bovenzijde van het desbetreffende mannetje worden bekeken.
Resumerend: de tekening op de voorkant kop (clypeus) van vrouwtjes en de vorm van de 3e kaaktand (zowel vrouwtjes als mannetjes) zijn de zekerste determinatiekenmerken bij gewoon onderzoek. Voor mannetjes geeft onderzoek van het genitaal 100% zekerheid.
Succes, Albert de Wilde